|
| |
|  |
Meld problemen of klachten altijd ter plekke
Het hotel lijkt in de verste verte niet op de foto in de reisgids. Het strand is in werkelijkheid een rotskust. Of het viersterrenhotel is naar Nederlandse maatstaven nog geen twee sterren waard. Veel klachten over vakantiereizen gaan over de accommodatie. Bent u niet tevreden? Meld dit dan altijd direct aan de reisorganisatie ter plaatse en aan de hoteleigenaar.
U bent namelijk verplicht een klacht ter plekke te melden.
De reisorganisatie bellen
Is dat niet mogelijk, bel dan met de organisatie in Nederland. De reisorganisatie moet namelijk de gelegenheid krijgen een klacht op te lossen. Wordt de klacht niet naar tevredenheid opgelost, vraag dan naar een klachtenrapport en laat dit ondertekenen. De reisleiding is verplicht zo´n rapport op te stellen en te ondertekenen. Ga in ieder geval nooit direct terug naar Nederland zonder de klacht te melden. Anders wordt het moeilijk uw schade vergoed te krijgen.
Zorg voor bewijsmateriaal
Worden uw problemen niet naar tevredenheid opgelost? Zorg dan voor bewijsmateriaal. Zonder bewijs is het bijna onmogelijk om eenmaal terug in Nederland de kosten te verhalen. Maak bijvoorbeeld foto´s van de situatie en verzamel namen en adressen van reisgenoten zodat ze later kunnen getuigen.
Reisbureau of… rechtsbijstand
Bij terugkomst in Nederland stuurt u zo snel mogelijk (in ieder geval binnen één maand) een aangetekende brief naar het reisbureau of de reisorganisatie. Hierin geeft u aan wat uw klacht is en vooral ook wat u van de reisonderneming verwacht (bijvoorbeeld een schadevergoeding). Komt u er echt niet uit met uw reisbureau, dan kunt u een beroep op Advocatenkantoor Exaten doen.
Wij kunnen u adviseren over de haalbaarheid van uw zaak en eventueel voor u een procedure starten bij de Geschillencommissie Reizen of de rechter.
|
Een werknemer die een collega met een mes had gestoken, vond dat zijn ontslag op staande voet onterecht was. De rechter dacht daar anders over.
De zaak
Een 58-jarige werknemer werkte sinds 1981 als productiemedewerker bij een verpakkingsbedrijf. Vorig jaar werd hij op staande voet ontslagen omdat hij een collega met een mes had gestoken. Het slachtoffer was familie van de man en deze zou hem getreiterd en beledigd hebben. De werknemer was het niet eens met het ontslag en stapte naar de rechter. Er was volgens de werknemer geen dringende reden voor het ontslag, omdat hij niet door de werkgever was gehoord. Ook haalde de man onder meer zijn leeftijd, goede staat van dienst en gezin met 8 kinderen aan.
Het Hof
Het gerechtshof, in het hoger beroep op het kort geding, was duidelijk in haar oordeel: de man had zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Alle verweren van de werknemer werden verworpen. Er was geen sprake van zelfverdediging en een duidelijke aanleiding was er evenmin. Het gedrag van de werknemer was zo ernstig dat het ontslag op staande voet ook in een bodemprocedure stand zou houden. Het al dan niet van te voren horen van de werknemer door de werkgever maakte dat niet anders. Het beroep werd verworpen.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 6 april 2010, LJN BM1621
|
Niet zelden gebeurt het dat na een overlijden een onverkwikkelijke strijd tussen de erfgenamen volgt over de verdeling van de nalatenschap van de overledene.
Het zicht op een erfenis brengt niet altijd het beste in een mens naar boven: familieverhoudingen kunnen als gevolg hiervan danig onder druk komen te staan.
Op 1 januari 2003 is het erfrecht ingrijpend gewijzigd. Dit heeft geleid tot een verzwakking van de positie van de kinderen van de erflater ten opzichte van diens langstlevende echtgenoot of partner. Laat de erflater, zonder dat een testament is gemaakt, een echtgenoot of geregistreerd partner en één of meerdere kinderen achter, dan bepaalt de wet de wijze waarop de nalatenschap moet worden verdeeld.
De goederen van de nalatenschap worden dan toebedeeld aan de langstlevende echtgenoot en de kinderen verkrijgen voor hun erfdeel een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. Deze geldvordering is in beginsel pas opeisbaar als de langstlevende komt te overlijden. De gedachte hierachter is dat de langstlevende ongestoord moet kunnen voortleven, ongeacht of hij of zij ook zonder de nalatenschap van erflater had kunnen rondkomen.
Verder is het zo dat als erflater wel een testament heeft gemaakt, maar daarin één van zijn kinderen heeft onterfd, dit onterfde kind aanspraak kan maken op zijn legitieme portie, vroeger ook wel kindsdeel genoemd. Deze legitieme portie bedraagt de helft van de waarde van het normale erfdeel. Deze geldvordering is in beginsel opeisbaar nadat zes maanden zijn verstreken sinds het overlijden van erflater. Het is echter mogelijk dat erflater in zijn testament ten gunste van zijn echtgenoot of levenspartner (met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voerde en met wie hij een notarieel verleden samenlevingscontract had gesloten) heeft bepaald, dat de legitimaire vordering pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende echtgenoot of partner. Dat deze partner aan deze bescherming financieel geen behoefte heeft, doet niet ter zake. Het belang van de legitieme portie wordt zo dus achtergesteld bij dat van de echtgenoot/levenspartner van de erflater.
|
Recent stelde iemand ons de vraag: ”Als ik voor mediation kies, kan je dan voorspellen hoe de uitspraak zal luiden?” Het enige juiste antwoord dat wij daarop konden geven was “geen”. Die vraag zette ons wel aan het denken: blijkbaar is mediation als term wel bekend, maar is het nog niet duidelijk wat mediation nu wel en vooral wat het niet is.
Mediation is geen particuliere “rechtspraak” zoals de bovenstaande vraagsteller blijkbaar dacht. Een mediator neemt geen beslissing, maar begeleidt partijen om samen tot een oplossing te komen. Als partijen bereid zijn om samen met de mediator aan tafel te gaan zitten, echt de intentie hebben om tot een oplossing te komen en daarvoor ook open kaart durven spelen, dan is het een zeer volwaardig alternatief voor de traditionele juridische vormen van conflictbeslechting. De betrokkenen hoeven bij de inschakeling van een
NMI-mediator niet bang te zijn dat hetgeen besproken wordt zich ooit tegen hen keert, omdat van te voren schriftelijk wordt afgesproken dat er geheimhouding geldt ten aanzien van alles wat besproken is. Wat op tafel is gekomen, mag dus niet “tegen de ander” worden gebruikt.
Wanneer je tot een oplossing komt via mediation is dat doorgaans goedkoper en veel sneller in vergelijking met een procedure bij de rechter. Zo was Rob laatst als mediator betrokken bij een zaak die al meer dan anderhalf jaar liep voordat mediation in beeld kwam. Tussen de twee partijen was er een juridisch geschil, waarin veel brieven, bezwaarschriften en andere stukken waren geproduceerd. Binnen drie maanden kon met twee mediationsessies uiteindelijk een voor de betrokkenen duurzame, tevredenstellende, en vooral ook praktische oplossing worden bereikt. Zo kan het dus ook!
Bij echtscheidingen, andere problemen in de familie-, buren- of relatiesfeer, maar ook bij bijvoorbeeld conflicten tussen zakelijke relaties kan mediation ruimte bieden voor een constructieve oplossing voor de toekomst, waarbij partijen niet verder uit elkaar worden gedreven, maar juist samen een oplossing zoeken.
Heeft u een geschil en wilt u weten of mediation voor u soelaas biedt, doe dan de
“zelftest”.
|
'Mijn buren hebben aangebouwd aan mijn buitenmuur. Ik ervaar dat als een inbreuk op mijn eigendom. Wat kan ik hieraan doen?'
Het ligt aan de omstandigheden of je hier iets aan kunt doen. Je kunt naar de rechter stappen om de buren te dwingen het werk af te breken. Het bouwen door de buren zal vrij snel een onrechtmatige daad opleveren, dat betekent echter nog niet automatisch dat ze het bouwen moeten staken of dat het aangebouwde afgebroken moet worden. Er dient namelijk wel schade te zijn aan je huis door het aanbouwen of gegronde vrees voor toekomstige schade.
Praktijkvoorbeeld
Bert had een leuk huis in Den Haag. Op een gegeven moment hadden de buren zonder zijn toestemming aan één van Berts muren ter plaatse van de oorspronkelijke achtergevel op verdiepinghoogte een stalen draagbalk aangebracht. Daarnaast hadden ze aan het tuineinde van de nieuw gebouwde serre een betonnen funderingsbalk laten aanbrengen, die zij hebben laten koppelen aan de funderingsbalk van Bert. De achtergevel en het dak van de serre werden door deze funderingsbalk gedragen. Bert stapte naar de rechter en eiste afbraak van het werk of een schadevergoeding.
Wel inbreuk, geen schade
De rechter liet een onderzoek instellen en daaruit bleek dat door de werkzaamheden geen schade was ontstaan. Voor risico van schade in de toekomst viel niet te vrezen. De rechter kwam daarom tot de conclusie dat bij de bouw van de serre weliswaar inbreuk was gemaakt op Berts eigendomsrecht, maar dat hij daardoor geen schade had geleden. Hierdoor zouden de buren bij toewijzing van de afbraak onevenredig in hun belang worden benadeeld.
Bert diende dus die inbreuken te gedogen. Die inbreuken hadden naar het oordeel van de rechter slechts een beperkte betekenis. Bert kreeg wel zijn juridische kosten vergoed omdat vaststond dat de buren onrechtmatig hadden gehandeld.
|
Een man en een vrouw waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Op een gegeven moment wenste de vrouw dat dit werd omgezet naar huwelijkse voorwaarden. De man ging akkoord maar later bij de echtscheiding gaf hij aan dat hij bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden niet in staat was om zijn wil te bepalen. Zijn vrouw zou daarvan misbruik hebben gemaakt. De huwelijkse voorwaarden waren namelijk zeer in het nadeel van de man.
De man verzocht de rechter daarom om de huwelijkse voorwaarden te vernietigen. De man was al een tijd zwaar depressief en was daarvoor in behandeling. Hij gebruikte toentertijd een combinatie van medicijnen, onder meer tegen ADHD (Ritalin), OCPD ofwel longemfyseem, depressiviteit (Efexsor), en een maagprobleem. Het gebruik zorgde ervoor dat de man nogal eens versuft was. Bovendien leed hij toen ook nog onder veel spanningen, onder meer omdat zijn moeder kort ervoor overleden was.
De rechter gaf de vrouw een bewijsopdracht: als ze kon aantonen geen misbruik te hebben gemaakt van de situatie, zouden de huwelijkse voorwaarden in stand blijven. Dit lukte de vrouw echter niet en de rechter bepaalde daarom dat er van misbruik sprake was.
De huwelijkse voorwaarden werden vernietigd en de gemeenschap van goederen herleefde.
|
Over wel of niet 'verplicht vrij' zijn met feestdagen bestaan nog veel misvattingen. Ook werkgevers en managers hebben vaak geen idee hoe het zit.
5 mei, bevrijdingsdag, is een nationale feestdag. Of je op een dergelijke feestdag 'verplicht vrij' bent of moet werken, wordt niet door de overheid bepaald. Dat bepaal je namelijk samen met je werkgever. Afspraken over betaald of onbetaald verlof opnemen en de periode waarin je dat kunt doen, staan doorgaans in je arbeidsovereenkomst of in een toepasselijke CAO. Als dit in jouw geval niet zo is, dan zul je samen met je baas tot overeenstemming moeten komen. Dat geldt dus ook voor wel of niet werken op 5 mei.
Extra loon
Of je op feestdagen meer loon krijgt, wordt evenmin door de overheid bepaald. De overheid regelt alleen het bruto minimumloon. Afspraken over meer loon voor werken tijdens feestdagen moeten dus in een CAO of arbeidscontract staan, wil je er aanspraak op maken.
Welke feestdagen kent Nederland?
Nederland kent elf erkende feestdagen, waarvan twee nationale feestdagen (Koninginnedag en Bevrijdingsdag). Dit houdt in dat de Nederlandse regering deze dagen als officiële feestdag heeft erkend. Het gaat om de volgende dagen: Nieuwjaarsdag, Goede vrijdag, 1e en 2e Paasdag, Koninginnedag, Hemelvaartsdag, Bevrijdingsdag, 1e en 2e Pinksterdag, 1e en 2e Kerstdag.
|
In de zomer van 2008 kochten Rob Bruls en Katja Bouwens een jaren-dertig woning aan de Rijksweg 4 in Baexem. Ze waren beiden al vaak langs dit huis gereden op weg naar hun werk, Rob naar Tilburg en Katja naar Heythuysen. Rond dezelfde tijd dat ze hun idee om een eigen advocatenkantoor aan huis te starten concretiseerden viel hun oog op dit pand aan de Rijksweg in Baexem. Het woonhuis heeft zijn oorspronkelijke charme, maar het was vooral de voormalige werkplaats achter de woning die een unieke kans bood om een volwaardig kantoor aan huis te realiseren. Na de forse inpandige verbouwing van de werkplaats tot kantoor, konden Rob en Katja verhuizen en opende Advocatenkantoor Exaten in september 2009 zijn deuren.
Rob en Katja verlenen met Advocatenkantoor Exaten in de regio professionele rechtshulp aan particulieren en ondernemers. “Voor veel mensen is er toch een drempel om met hun vragen naar een advocaat te gaan. Dat is jammer en niet nodig. Door onze manier van werken en onze huisvesting proberen wij onze klanten - uiteraard vanuit onze professionaliteit als juridisch dienstverlener - op hun gemak te stellen en samen met de klant een oplossing te zoeken voor hun probleem”, geeft Rob aan.
Bij Advocatenkantoor Exaten geldt dat een advocaat zeker niet duurder hoeft te zijn dan andere zakelijke dienstverleners. Katja en Rob houden de kosten in de hand: u treft geen langbenige secretaresse aan; evenmin dure kunst aan wand. Daar profiteert u als klant van door een betaalbare prijs voor professionele dienstverlening. Bovendien worden de kansen maar ook de risico’s, evenals de kosten en de baten steeds individueel afgewogen voordat er veel uren en dus kosten gemaakt zijn.
“Helaas zien we nog vaak dat mensen bij ons aankloppen als er al een volledig geëscaleerd conflict is. Als men ons in een eerder stadium raadpleegt, kunnen bijkomende conflicten en procedures vaak worden voorkomen, al dan niet door middel van mediation. De kosten voor rechtshulp voor de klant zijn in bij advisering vooraf en tijdig ingrijpen bij het ontstaan van een conflict vrijwel altijd beduidend lager. Ook in het juridische geldt wat dat aangaat het motto: beter voorkomen dan genezen”, aldus Katja.
“Overigens staan wij met onze gezamenlijke en jarenlange juridische ervaring en lidmaatschap van de Nederlandse Orde van Advocaten en het Nederlands Mediation Instituut wel garant voor kwaliteit en permanente (bij)scholing. Een kwaliteitsgarantie voor de klant, die andere juridische dienstverleners vaak niet kunnen bieden.”
Als nieuwe inwoners van de gemeente Leudal hebben Rob en Katja het erg naar hun zin. “We genieten nog elke dag van de mooie omgeving en ons huis. We wandelen erg graag, dus we zijn geregeld in de aan Baexem grenzende natuurgebieden te vinden.”
U zult Advocatenkantoor Exaten dit jaar in elke aflevering van Hermans Magazine aantreffen. Rob en Katja verzorgen een column. Heeft u suggesties voor juridische onderwerpen die u in die column besproken wilt zien, stuur dan gerust een mail aan Katja op bouwens@advocatenkantoorexaten.nl.
Advocatenkantoor Exaten
Rijksweg 4
6095 NB Baexem
telefoon (0475) 453957
fax (0475) 453958
www.advocatenkantoorexaten.nl
eerst verschenen in Hermans Magazine januari 2010
|
Dit is de vraag die rijst naar aanleiding van twee recente uitspraken van de rechtbanken Amsterdam en Utrecht. De rechtbank Amsterdam volgde daarbij de Nederlandse wet. Dat wil zeggen dat de werknemer alleen vakantiedagen opbouwt over de laatste zes maanden van zijn arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter in Utrecht heeft daarentegen op 14 oktober 2009 geoordeeld dat de Nederlandse wetgeving niet in overeenstemming is met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Volgens deze richtlijn kunnen naast gezonde werknemers ook zieke werknemers rekenen op een minimum van twintig vakantiedagen per jaar.
Het oordeel van de kantonrechter in Utrecht hangt samen met een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 20 januari 2009. Deze oordeelde dat de Engelse en Duitse wetgeving niet in overeenstemming is met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Daardoor heeft de uitspraak ook gevolgen voor het Nederlandse arbeidsrecht. Aan de hand van deze uitspraak heeft een Nederlandse werknemer haar recht opgeëist. Zij was twee jaar ziek geweest en wilde over deze twee jaar ook vakantiedagen vergoed krijgen en niet alleen over de laatste zes maanden. De kantonrechter in Utrecht heeft de werknemer in het gelijk gesteld.
Het probleem is echter dat de Nederlandse overheid haar nationale wetgeving nog niet op de Europese Arbeidstijdenrichtlijn heeft aangepast en Nederlanders zich niet rechtstreeks op deze richtlijn kunnen beroepen. De Nederlandse rechter zit op het moment met de handen in het haar. Aan de ene kant draagt Europa ze op om zoveel mogelijk mee te gaan met de Europese richtlijn en zich dus moeten houden aan de vier weken vakantie per jaar. Maar aan de andere kant zegt datzelfde Europa dat rechterlijke uitspraken niet mogen ingaan tegen de nationale wetgeving (de zogenoemde horizontale werking), welke zich beperkt tot een vakantieopbouw over zes maanden.
Het opstellen van nieuwe nationale regels zou een oplossing kunnen bieden. Maar wanneer de Nederlandse wetgeving wordt aangepast, bestaat op termijn het risico dat zieke werknemers evenveel recht op vakantie hebben als de werknemers die arbeid verrichten. In beginsel blijft de Nederlandse wet van toepassing totdat deze wet is aangepast. Nu één rechter anders heeft geoordeeld, bestaat echter de kans dat een rechter o.g.v. goed werkgeverschap zal oordelen dat een zieke werknemer evenveel recht heeft op zijn vakantiedagen dan de werknemer die wel arbeid verricht.
|
Uit onderzoek van de Consumentenautoriteit is gebleken dat Keukenkampioen en Keukenconcurrent hun klanten hebben gevraagd 12 tot 5 dagen voor levering van de keuken het gehele bedrag te betalen. Hiermee hebben de keukenzaken in strijd gehandeld met de regels over de (aan)betaling van de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW), waarbij beide keukenzaken zijn aangesloten. Om die reden heeft de Consumentenautoriteit beide keukenzaken ieder een boete van 110.000 euro opgelegd.
In de regels van CBW is opgenomen dat de winkelier de klant bij het kopen van een keuken mag vragen om maximaal 15% van het bedrag vooruit te betalen. Het restbedrag moet de klant bij levering van de keuken voldoen. Doordat de keukenzaken de klanten voor levering van de keuken verzochten het gehele bedrag te betalen, liepen de klanten een onnodig risico. Want als Keukenconcurrent en Keukenkampioen tussen betaling en levering van de keuken failliet zouden gaan, bestaat de mogelijk dat klanten het gehele bedrag kwijt zijn.
Om ervoor zorg te dragen dat deze keukenzaken zich ook in de toekomst aan de regels zullen houden, heeft de Consumentenautoriteit naast de opgelegde boete ook een ‘last onder dwangsom’ opgelegd. Iedere dag dat de bedrijven zich niet aan de regels houden krijgen zij een boete van 5000 euro per dag met een maximum van 200.000 euro opgelegd.
Als reactie op de opgelegde boetes hebben Keukenkampioen en Keukenconcurrent laten weten dat zij de standaard orderformulieren op het punt van ‘betaling’ zullen aanpassen. Beide bedrijven hebben wel bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Consumentenautoriteit, omdat zij van mening zijn dat een bankoverschrijving, die enkele dagen voor aflevering wordt gedaan, niet als een aanbetaling kan worden beschouwd. Bij een aanbetaling gaat het volgens hen om een betaling die wordt gevraagd bij afsluiting van de overeenkomst.
|
Onlangs kregen wij via internet de volgende vraag voorgelegd:
Het hoofdkantoor van de onderneming had verborgen camera's met microfoon in de kantine en het magazijn opgehangen (verborgen in het plafond). Dit was buiten bijzijn van de medewerkers gebeurd en zij waren ook niet op de hoogte gebracht van dit toezicht met camera's en microfoons. In de bewuste ruimtes moesten sommige medewerkers zich bovendien geregeld omkleden. De betrokken medewerkers vonden dit zeer vervelend en wilden weten wat was toegestaan en wat niet.
Cameratoezicht op het werk, is door de vooruitgaande digitale techniek steeds onopvallender en op grotere schaal mogelijk. Het lijkt voor werkgevers een goede en vaak ook goedkope methode om te kijken of hun medewerkers hun werk goed uitvoeren of om bijvoorbeeld te controleren op diefstal (door medewerkers maar ook door derden).
Voorwaarden
Een werkgever moet echter aan een aantal voorwaarden voldoen voordat hij camera's mag ophangen in zijn bedrijf, want de inbreuk op de privacy van zijn werknemers is niet gering. Zo moet hij bijvoorbeeld beargumenteren waarom het bedrijfsbelang zwaarder weegt dan het privacybelang van de werknemers. Hierbij dient de werkgever een afweging te maken tussen de belangen en rechten van werknemers en de belangen van zijn bedrijf. Deze afweging moet hij kunnen verantwoorden tegenover zijn werknemers, de ondernemingsraad en eventueel het College Bescherming Persoonsgegevens of de rechter.
Kenbaarheid van het cameratoezicht
Heeft de werkgever een gerechtvaardigd belang om over te gaan tot cameratoezicht, dan is het allerbelangrijkste dat hij kenbaar maakt dat videocamera's aanwezig zijn. Doet hij dat niet, dan is hij strafbaar.
Bij vermoeden van strafbare feiten kan de werkgever ook heimelijk cameratoezicht inzetten. Als de werkgever een concreet vermoeden heeft dat een van zijn werknemers strafbare feiten pleegt, moet hij dit op verschillende manieren proberen te stoppen – bijvoorbeeld door het rondzenden van een memo. Als dat niet helpt en de werkgever zijn vermoedens alleen kan aantonen door verborgen camera’s in te zetten, dan zal de rechter het met behulp van de verborgen camera verkregen bewijs wel toelaatbaar vinden.
Cameratoezicht en de Ondernemingsraad
De ondernemingsraad (OR) speelt een belangrijke rol bij de beslissing cameratoezicht in te zetten op de werkplek. Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de OR instemmingsrecht bij het besluit om gebruik te gaan maken van personeelsvolgsytemen. Alle camerasystemen worden in de zin van de WOR beschouwd als personeelsvolgsysteem. De OR moet dus instemming verlenen voordat er camera's geïnstalleerd worden.
Gevolgen van onrechtmatig cameratoezicht
Werknemers die van mening zijn dat hun werkgever in strijd met de geldende regels handelt kunnen tegen het cameratoezicht actie ondernemen. Eventuele acties kunnen zijn: een melding bij de arbeidsinspectie, tussenkomst van de OR, melding bij het CPB, het aanspannen van een kort geding of in bepaalde gevallen aangifte bij de politie.
De gevolgen van een dergelijke situatie voor de werkgever zijn onder meer de sfeerverstoring op de werkvloer met gevolgen voor de productiviteit, het verplicht (tijdelijk) onklaar maken van de installatie, opgelegde boetes, kosten voor juridische bijstand of zelfs strafrechtelijke vervolging.
Voor werkgevers is het dan ook raadzaam om vooraf aan het aankopen en installeren van een dergelijk toezichtsysteem advies in te winnen over de wijze waarop het in het desbetreffende geval in het bedrijf geintegreerd kan worden. Dat voorkomt een hoop problemen achteraf.
Bronnen
Delen van dit artikel zijn ondermeer ontleend aan:
www.cbp.nl
www.mijnprivacy.nl
www.arbeidsinspectie.nl
|
Vanochtend stond in de Limburgse dagbladen een paginagroot artikel met de kop "Knopen doorhakken na de feestdagen".
De inleidende alinea luidt als volgt:
Traditiegetrouw is er na de zomer en aan het eind van het jaar sprake van een hausse aan echtscheidingsverzoeken. Door de economische crisis waren die pieken dit jaar minder hoog en zongen paren het nog even met elkaar uit. Dat nam echter de onvrede niet weg. Advocaten en relatietherapeuten krijgen het
na de feestdagen alsnog druk, is hier en daar de verwachting. (bron: Dagblad de Limburger van 23 december 2009)
Die pieken na de zomervakantie en na de feestdagen zijn in de juridische wereld bijna legendarisch. Vrijwel iedere jurist en advocaat kent wel een of meerdere anekdotes over cliënten die op 27 december of 2 januari om half negen 's ochtends vol vuur bellen en het liefst diezelfde dag nog willen scheiden of iemand willen dagvaarden.
Relaties die het toch al zwaar hebben lijken te lijden onder het feit dat men plots de hele dag met elkaar door moet brengen. Maar ook in bijvoorbeeld zaken rond erfenissen speelt dit, want onder de kerstboom of tijdens het kerstdiner is er snel een vonk in het kruitvat van de familie geslagen. Als het leven van alledag even stil staat en dus niet voor voldoende afleiding kan zorgen, dan escaleert een kleine irritatie al snel.
Wij zijn van mening dat die paar dagen van het jaar niet leidend zijn voor de rest ervan. Even afkoelen kan soms nodig zijn, om vervolgens met een bepaalde rust en afstand te beoordelen of u inderdaad verder wilt gaan met een zaak. Als deze dagen u aan het denken hebben gezet en u vragen heeft over dergelijke zaken, of over een andere zaak, dan kunt u ons gerust bellen. Samen met u zullen we dan bekijken wat wij voor u kunnen betekenen, maar misschien nog veel belangrijker, we gaan ook samen met u na wat u wenst te bereiken en op welke manier u dit wenst te bereiken.
En komt u tijdens of na een dergelijk gesprek tot het inzicht dat het uiteindelijk wel mee valt en dat u toch afziet van verdere stappen, dan zijn we blij dat we u met het bereiken van dat inzicht hebben kunnen helpen.
We wensen u een vredevolle kerst toe,
Rob Bruls
Katja Bouwens
|
Vanaf 1 maart is het niet meer mogelijk om een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap. De zogenaamde flitsscheiding is daarmee afgeschaft. Voor een echtscheiding is dan ook altijd de bijstand van een advocaat nodig.
Met ingang van 1 maart 2009 zijn ouders ook verplicht om bij scheiding een ouderschapsplan op te stellen. Deze verplichting geldt ook voor samenwonende ouders die gezamenlijk gezag over hun kinderen uitoefenen.
Het ouderschapsplan bevat afspraken over de zorgverdeling, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling tussen de voormalige partners. Een ouderschapsplan gaat over minderjarige kinderen. Zijn de kinderen volwassen als de ouders uit elkaar gaan dan hoeft geen ouderschapsplan te worden opgesteld. Voor minderjarige kinderen die bijna meerderjarig zijn geldt de verplichting wel maar kan het ouderschapsplan beperkter zijn.
Kernpunten:
Enkele kernpunten van de nieuwe wettelijke regeling zijn;
1. Een kind heeft recht op gelijkwaardig ouderschap na scheiding;
2. Een ouder is verplicht om de ontwikkeling van de band van zijn of haar minderjarig kind met de andere ouder te bevorderen;
3. De ouder die niet het gezag uitoefent, heeft niet alleen een recht maar ook de verplichting tot omgang.
Onderwerpen:
De ouders maken in het ouderschapsplan in ieder geval over drie onderwerpen
afspraken:
1. de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgverdeling),
2. kinderalimentatie, en
3. informatie-uitwisseling over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de
persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen.
Het staat ouders vrij om daarnaast ook andere afspraken in het ouderschapsplan vast te leggen.
Inspraak kinderen:
De wet bepaalt dat het verzoekschrift vermeldt op welke wijze de kinderen zijn betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan. In hoeverre dit mogelijk is, is afhankelijk van de leeftijd en de ontwikkeling van het kind. Het is dus mogelijk dat in het verzoekschrift staat dat de kinderen niet zijn betrokken gezien hun jonge leeftijd. Voor oudere kinderen geldt wel dat de ouders of advocaat het ouderschapsplan met hen bespreekt.
|
Veel mensen zijn al bekend met de deeltijd WW en andere maatregelen die de overheid heeft genomen om de economische crisis het hoofd te bieden.
Wij willen u informeren over een andere recente maatregel die tot nu toe onderbelicht blijft: door een tijdelijke wijziging van het Ontslagbesluit heeft de werkgever meer vrijheid gekregen om bij reorganisaties zelf te kiezen welke werknemers worden ontslagen.
Uitgangssituatie
Als uitgangspositie geldt bij ontslag om bedrijfseconomische redenen het afspiegelingsbeginsel. Op basis van dit beginsel wordt bepaald welke werknemer als eerste voor ontslag moet worden voorgedragen. Het beginsel geldt per vestiging. Alle werknemers die elkaars functie zouden kunnen overnemen vormen een categorie. Deze categorie wordt gestaffeld in de leeftijdsgroepen 15-25, 25-35, 35-45, 45-55 en 55+. Vervolgens wordt binnen elke leeftijdsgroep de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen.
Afwijkingsmogelijkheid
Met het oog op de crisis heeft de overheid er voor gekozen om van 1 augustus 2009 tot 1 september 2011 de afwijkingsmogelijkheid van het afspiegelingsbeginsel te verruimen. Als een werknemer op grond van het afspiegelingsbeginsel voorgedragen zou moeten worden voor ontslag, maar deze werknemer beschikt over specifieke kennis en vaardigheden die voor het bedrijf van belang zijn als de economie weer aantrekt, dan is het voor de werkgever nu eenvoudiger geworden om deze werknemer te behouden. Dit heeft tot gevolg dat een andere werknemer, die op grond van het afspiegelingsbeginsel “veilig” zou zijn, alsnog voor ontslag voorgedragen kan worden.
Bescherming
Om werknemers die minder kansen op de arbeidsmarkt zouden hebben na ontslag te beschermen moet met deze maatregel terughoudend worden omgegaan.
Een werkgever mag in de leeftijdsgroepen 15 tot 25 jaar èn 55 jaar en ouder minimaal 1 werknemer, maar maximaal 10% meer werknemers voor ontslag in aanmerking brengen dan op grond van toepassing van het afspiegelingsbeginsel het geval zou zijn.
Verder moet een werkgever een duidelijk en bestendig beleid voeren waaruit blijkt dat aan
werknemers eisen worden gesteld die voor die bepaalde functie nodig zijn en dat de desbetreffende werknemer ook daadwerkelijk over deze kwaliteiten beschikt.
Toekomst
Door deze maatregel worden werkgevers in staat gesteld om werknemers te behouden waarvan zij menen dat zij voor het functioneren van het bedrijf zowel tijdens als na de crisis, als de bedrijvigheid weer toeneemt, van zodanig belang zijn dat ontslag van deze werknemers moet worden voorkomen.
Een werknemer kan bezwaar maken tegen de vergunningverlening voor het ontslag indien oorspronkelijk op basis van het afspiegelingsbeginsel een ander voor ontslag in aanmerking zou zijn gekomen. De werknemer zal dan moeten aantonen dat hij over evenveel, gelijkwaardige of zelfs meer kennis en bekwaamheden beschikt dan zijn collega die door de afwijking van het afspiegelingsbeginsel wordt beschermd.
Vragen?
Heeft u over bovenstaand onderwerp of over een ander onderwerp vragen, neem dan vrijblijvend contact op met ons. Samen met u zoeken wij naar passende antwoorden en oplossingen.
|
|
|
|