|
|  | | BLOG | | Advocatenkantoor Exaten |
|
|
|  |
|
|
|
|
| |
|  |
Meld problemen of klachten altijd ter plekke
Het hotel lijkt in de verste verte niet op de foto in de reisgids. Het strand is in werkelijkheid een rotskust. Of het viersterrenhotel is naar Nederlandse maatstaven nog geen twee sterren waard. Veel klachten over vakantiereizen gaan over de accommodatie. Bent u niet tevreden? Meld dit dan altijd direct aan de reisorganisatie ter plaatse en aan de hoteleigenaar.
U bent namelijk verplicht een klacht ter plekke te melden.
De reisorganisatie bellen
Is dat niet mogelijk, bel dan met de organisatie in Nederland. De reisorganisatie moet namelijk de gelegenheid krijgen een klacht op te lossen. Wordt de klacht niet naar tevredenheid opgelost, vraag dan naar een klachtenrapport en laat dit ondertekenen. De reisleiding is verplicht zo´n rapport op te stellen en te ondertekenen. Ga in ieder geval nooit direct terug naar Nederland zonder de klacht te melden. Anders wordt het moeilijk uw schade vergoed te krijgen.
Zorg voor bewijsmateriaal
Worden uw problemen niet naar tevredenheid opgelost? Zorg dan voor bewijsmateriaal. Zonder bewijs is het bijna onmogelijk om eenmaal terug in Nederland de kosten te verhalen. Maak bijvoorbeeld foto´s van de situatie en verzamel namen en adressen van reisgenoten zodat ze later kunnen getuigen.
Reisbureau of… rechtsbijstand
Bij terugkomst in Nederland stuurt u zo snel mogelijk (in ieder geval binnen één maand) een aangetekende brief naar het reisbureau of de reisorganisatie. Hierin geeft u aan wat uw klacht is en vooral ook wat u van de reisonderneming verwacht (bijvoorbeeld een schadevergoeding). Komt u er echt niet uit met uw reisbureau, dan kunt u een beroep op Advocatenkantoor Exaten doen.
Wij kunnen u adviseren over de haalbaarheid van uw zaak en eventueel voor u een procedure starten bij de Geschillencommissie Reizen of de rechter.
|
Een werknemer die een collega met een mes had gestoken, vond dat zijn ontslag op staande voet onterecht was. De rechter dacht daar anders over.
De zaak
Een 58-jarige werknemer werkte sinds 1981 als productiemedewerker bij een verpakkingsbedrijf. Vorig jaar werd hij op staande voet ontslagen omdat hij een collega met een mes had gestoken. Het slachtoffer was familie van de man en deze zou hem getreiterd en beledigd hebben. De werknemer was het niet eens met het ontslag en stapte naar de rechter. Er was volgens de werknemer geen dringende reden voor het ontslag, omdat hij niet door de werkgever was gehoord. Ook haalde de man onder meer zijn leeftijd, goede staat van dienst en gezin met 8 kinderen aan.
Het Hof
Het gerechtshof, in het hoger beroep op het kort geding, was duidelijk in haar oordeel: de man had zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Alle verweren van de werknemer werden verworpen. Er was geen sprake van zelfverdediging en een duidelijke aanleiding was er evenmin. Het gedrag van de werknemer was zo ernstig dat het ontslag op staande voet ook in een bodemprocedure stand zou houden. Het al dan niet van te voren horen van de werknemer door de werkgever maakte dat niet anders. Het beroep werd verworpen.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 6 april 2010, LJN BM1621
|
Niet zelden gebeurt het dat na een overlijden een onverkwikkelijke strijd tussen de erfgenamen volgt over de verdeling van de nalatenschap van de overledene.
Het zicht op een erfenis brengt niet altijd het beste in een mens naar boven: familieverhoudingen kunnen als gevolg hiervan danig onder druk komen te staan.
Op 1 januari 2003 is het erfrecht ingrijpend gewijzigd. Dit heeft geleid tot een verzwakking van de positie van de kinderen van de erflater ten opzichte van diens langstlevende echtgenoot of partner. Laat de erflater, zonder dat een testament is gemaakt, een echtgenoot of geregistreerd partner en één of meerdere kinderen achter, dan bepaalt de wet de wijze waarop de nalatenschap moet worden verdeeld.
De goederen van de nalatenschap worden dan toebedeeld aan de langstlevende echtgenoot en de kinderen verkrijgen voor hun erfdeel een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. Deze geldvordering is in beginsel pas opeisbaar als de langstlevende komt te overlijden. De gedachte hierachter is dat de langstlevende ongestoord moet kunnen voortleven, ongeacht of hij of zij ook zonder de nalatenschap van erflater had kunnen rondkomen.
Verder is het zo dat als erflater wel een testament heeft gemaakt, maar daarin één van zijn kinderen heeft onterfd, dit onterfde kind aanspraak kan maken op zijn legitieme portie, vroeger ook wel kindsdeel genoemd. Deze legitieme portie bedraagt de helft van de waarde van het normale erfdeel. Deze geldvordering is in beginsel opeisbaar nadat zes maanden zijn verstreken sinds het overlijden van erflater. Het is echter mogelijk dat erflater in zijn testament ten gunste van zijn echtgenoot of levenspartner (met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voerde en met wie hij een notarieel verleden samenlevingscontract had gesloten) heeft bepaald, dat de legitimaire vordering pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende echtgenoot of partner. Dat deze partner aan deze bescherming financieel geen behoefte heeft, doet niet ter zake. Het belang van de legitieme portie wordt zo dus achtergesteld bij dat van de echtgenoot/levenspartner van de erflater.
|
|
|
|
|
|
| |
| |